Steek de naald naar boven door de stof en hou de draad met de linkerduim vast. Leid de draad onder de draad door en steek het vervolgens over de draad heen in de stof vlak achter het punt waar hij boven kwam.
7. De staafknoopjessteek
Maak een steekje terug en steek de naald omhoog waar het steekje begon. Wikkel de draad zoveel keer om de naald als de lengte van de terugsteek vereist. Houd met de linkerduim de opgewikkelde draad vast en trek de naald erdoor. Steek tenslotte de naald omlaag in het punt waar de terugsteek werd begonnen.
8. Lus van de staafknoopjessteek
Maak een kleine terugsteek en wikkel de draad 15-20 keer om de naald.